LOK / Algemene informatie

 

Algemene informatie

Algemene kernkwaliteiten en waterprincipes per landschapstype

Ter informatie zijn voor onderstaande landschapstypen de algemene kernkwaliteiten uitgewerkt (bron:SGR2). Deze 9 landschapstypen dragen de landschappelijke verscheidenheid in Nederland. De kernkwaliteiten per landschapstype bepalen de identiteit van het landschap.

upWaterprincipes per landschapstype

Voor de landschapstypen en voor het stedelijk gebied zijn ook de principes van duurzaam waterbeheer uitgewerkt. Hierbij is uitgegaan van de twee drietrapsstrategieën voor duurzaam waterbeheer:
  • kwantiteit: eerst vasthouden, als dat niet voldoende is bergen en als ook dat onvoldoende soelaas biedt, afvoeren van water
  • kwaliteit: schoonhouden, als dat niet voldoende is scheiden en als dat onvoldoende soelaas biedt zuiveren van waterstromen

upDroogmakerijen

Droogmakerijen zijn ontstaan door (delen van) meren en plassen te bedijken en leeg te malen. Het landschap is visueel open, met een regelmatig, bedacht patroon van weiden en akkers. Elke droogmakerij heeft zijn eigen ordening en maat: kavelgrootte en lengte-breedteverhouding zijn uniek.

Kernkwaliteiten

  • cultuurhistorische structuurdragers
  • openheid
  • patroon ringvaarten en dijken
  • contrast dijken en lage land
  • verkavelingpatroon
  • erfbeplanting met allure
  • gebouwen
  • buitenplaatsen
  • herenboerderijen
  • stolpboerderijen

Meer informatie

Waterprincipes
Droogmakerijen komen voor in de deelstroomgebieden Zuid- en Noord-Holland en Amstelland

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • omzetting in open water van enkele diepe kleine onbebouwde droogmakerijen en randzones overige droogmakerijen met grote invloed op waterhuishouding van de omgeving
  • uitbreiding en versterking natuur
  • vergroting waterberging
  • vermindering milieubelasting door de landbouw
Mogelijke maatregelen
  • uitplaatsen landbouw en inrichten voor open water in kleine onbebouwde droogmakerijen (met brakke kwel)

upGrote wateren

De verre horizon, openheid, donkerte, rust en ruimte kenmerken het landschap van de grote wateren. Ook culturele aspecten dragen bij aan de identiteit. Bijvoorbeeld de inpolderinghistorie, de visserij en de dijken.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • openheid IJsselmeer, Markermeer en IJmeer
  • karakteristieke Zuiderzeekust

Meer informatie

upHeuvelland

Het heuvelland in Zuid-Limburg is een van de oudste landschappen in Nederland. Kenmerkend zijn onder meer plateaus met grote open ruimten, holle wegen, bosjes en vochtige graslanden.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • golvende plateaus
  • dalen met beken en (steile) hellingen
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • graften
  • voetpaden
  • holle wegen
  • gebouwen
  • kastelen
  • watermolens
  • kenmerkende boerderijen
  • grondgebruik
  • hellingbossen
  • grasland in dalen
  • hoogstamboomgaarden
  • heggen

Meer informatie

Waterprincipes
Het heuvelland ligt in het deelstroomgebied Limburg.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • vergroting waterberging
  • verbetering natuur langs beken
  • beperking erosie
  • vermindering milieubelasting door landbouw
Mogelijke maatregelen
  • langer vasthouden van water (beekherstel)
  • erosie bestrijden op hellingen en droogdalen; teeltvoorschriften steile hellingen
  • extensiveren van het grondgebruik in beïnvloedingsgebieden van natuur- en waterwingebieden

upHoogveenontginningsgebied

Dit landschap is herkenbaar aan het regelmatige patroon van de waterwegen. Je kunt goed zien hoe het landschap langs de waterwegen is ontgonnen. Langs de kanalen liggen lijnvormige dorpen. Het gebied is open en tamelijk ontoegankelijk. Landbouw en natuur zijn vaak monofunctioneel: grote stukken landbouwgrond en grote natuurgebieden wisselen elkaar af.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • restanten levend hoogveen
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • kenmerkend verkavelingpatroon
  • rechte ontginningswegen
  • patroon sloten, wijken en kanalen
  • lintbebouwing
  • grondgebruik
  • contrast natuur en landbouw in grote eenheden

Meer informatie

Waterprincipes
Hoogveenontginningsgebied komt voor in de deelstroomgebieden West-Groningen / Drenthe, Oost-Groningen / Drenthe, Friesland, Overijsselse Vecht, Oost-Brabant en Limburg.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • vergroting waterberging
  • verbetering natuur langs beken
  • verbetering milieucondities grote eenheden natuur
  • vermindering milieubelasting door landbouw
Mogelijke maatregelen
  • langer vasthouden van water (beekherstel en grootschalige aanpak van perceelsloten)
  • extensiveren van grondgebruik en vernatten in beïnvloedingsgebieden van natuur- en waterwingebieden
  • verplaatsen grondwaterwinning naar benedenstroomse locaties
  • herstel koppeling bovenloop en benedenloop van beken

upKustzone

De zeereep biedt vrij uitzicht op zee. De duinen zijn vrijwel onbewoond en hebben een belangrijke natuurfunctie. De binnenduinrand herbergt landgoederen en intensieve vormen van landbouw en bewoning. Meer landinwaarts liggen open strandvlaktes, nauwelijks bebouwd en met een hoge waterstand. De strandwallen zijn het dichtst bewoond. Op de wadden en voordelta kunnen natuurlijke landschapsvormende processen ongestoord hun gang gaan.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • vrij uitzicht op de horizon
  • aaneengesloten, robuuste duinen
  • overige kenmerken
  • dynamiek van het landschap
  • natuurlijke begroeiing en waterhuishouding
  • karakteristieke bebouwing of ontbreken van bebouwing
  • landschapsvormende processen (wind, water, getijdenstroming)
  • kenmerkende zoet-zoutovergangen (wadden, delta)

Meer informatie

Waterprincipes
De kustzone, inclusief de duinen aan de landzijde en het aangrenzende laagveengebied komen voor in de deelstroomgebieden Zeeland, Zuid-Hollandse eilanden, Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • instandhouding van de kustzone/duinen
  • op enkele locaties verbetering van veiligheid door verbreding duinenrij
  • versterking natuur en recreatie in duinenrij
  • vermindering milieubelasting door landbouw
  • vergroting waterberging
Mogelijke maatregelen
  • langer vasthouden van water
  • herstellen van de hydrologische bufferzone in de binnenduinrand
  • extensiveren en uitplaatsen van bollen in de binnenduinrand
  • verbeteren wateraanvoer voor blijvende bollenteelt
  • waterwinnen via diepinfiltratie

upLaagveengebied (veenweidegebied en veenontginningen)

In de oudheid is in het westen en noorden veen ontstaan door het stagnerende water. Dit veen is in de loop van der eeuwen ontgonnen en maakte plaats voor slagenlandschap. Kenmerkend zijn openheid, langgerekte percelen en brede sloten met een hoog waterpeil.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • veenkernen
  • veenstromen en -plassen
  • kreekruggen
  • donken
  • trilvenen
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • boederijlinten
  • tiendwegen
  • kaden
  • strokenverkaveling (langgerekte percelen en berde sloten met een hoog waterpeil)
  • legakkers, petgaten en plassen
  • kavelgrensbeplanting, erfbeplanting, beplanting langs kaden en tiendwegen, knotwilgen
  • grondgebruik
  • grasland met koeien
  • moerasbosjes, geriefbosjes
  • rietland
  • blauwgrasland
  • gebouwen
  • (kasteel)boerderijen
  • molens
  • overige kenmerken
  • contrast en zichtbaarheid van de open ruimte
  • voor- en achterkant vanaf boerderijlinten

Meer informatie

Waterprincipes
Laagveengebied komt voor in de deelstroomgebieden Zuid- en Noord-Holland, Amstelland, Gelderse Vallei, Overijsselse Vecht, Friesland en West-Groningen / Drenthe.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • instandhouding (openveenweide)landschap, vermindering inklinking veen
  • uitbreiding natte natuur in combinatie met recreatie
  • vergroting waterberging
  • reductie doorspoelbeheer voor waterkwaliteit door emissiereductie en terugdringen brakke kwel
  • vermindering milieubelasting door de landbouw
Mogelijke maatregelen
  • drooglegging van ten hoogste 60 cm
  • verbod op particuliere onderbemaling
  • scheurverbod grasland
  • flexibel peilbeheer voor vasthouden en bergen van water
  • geen verdere onderverdeling in peilgebieden
  • extensiveren van landbouw (en combineren met water, natuur en recreatie)
  • financieren van de landbouw voor waterdiensten

upRivierengebied

Het rivierenlandschap omvat buitendijks en binnendijks gebied. Bij het buitendijksgebied horen de rivier en uiterwaarden. Kenmerkend zijn de wisselende waterstanden, heggen en ooibossen. Het binnendijks gebied bestaat uit oeverwallen, kommen, grienden en bossen.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • rivieren en uiterwaarden
  • oeverwallen
  • open komgronden
  • reliëf (oude geulen)
  • meestromende geulen
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • dijken en dijkbebouwing
  • grondgebruik
  • boomgaarden
  • eendenkooien
  • grienden
  • heggen
  • ooibossen
  • plassen
  • natte extensieve graslanden
  • overige kenmerken
  • kleinschalige ruimten op oeverwallen
  • grootschalige ruimten en grondgebruik in kommen

Meer informatie

Waterprincipes
Het rivierengebied (binnendijks) komt voor in de deelstroomgebieden Limburg, Rivierengebied, Zuid-Hollandse eilanden, Achterhoek, Veluwe Overijsselse Vecht en Zeeland

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • langer vasthouden van water
  • vergroting waterberging in combinatie met nieuwe natte natuur
  • vermindering milieubelasting door de landbouw
Mogelijke maatregelen
  • uitplaatsen landbouw in nieuwe boezemgebieden
  • aanwijzen retentie- en noodoverloopgebieden
  • inrichten van gebieden voor waterberging in combinatie met landbouw en natuur

upWaterprincipes stedelijk gebied

Stedelijk gebied komt voor in alle deelstroomgebieden.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • uitbreiding en versterking blauw en groen in en om de stad
  • versterking van de recreatieve functie van water
  • vergroting waterberging (om waterbezwaar richting landelijk gebied te voorkomen)
  • vermindering milieubelasting door riooloverstort en -effluent
Mogelijke maatregelen
  • aanleggen en inrichten van groen-blauwe zones

upZandgebied

Kenmerkend voor het zandlandschap zijn stuwwallen, groene beekdalen, dekzandruggen, beboste keileemplateaus, heide, verspreide bebouwing en karakteristieke microreliëf. Stuwwallen benadrukken het hoogteverschil met de omgeving. Oude ontginningen en latere toevoegingen zijn tegelijkertijd zichtbaar.

Kernkwaliteiten

  • natuurlijke structuurdragers
  • reliëf (stuwwallen, microreliëf etc.)
  • meanderende beken
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • essen en kampen
  • paden en zandwegen
  • houtwallen en singels
  • grondgebruik
  • heidevelden, bossen en zandverstuivingen
  • kleine gras- en hooilanden
  • overige kenmerken
  • kleinschalig landschap
  • herkenbaarheid van de opeenvolgende veranderingen

Meer informatie

Waterprincipes
Zandgebied komt voor in de deelstroomgebieden West-Groningen / Drenthe, Oost-Groningen / Drenthe, Friesland, Overijsselse Vecht, Achterhoek, Veluwe, Gelderse Vallei, Amstelland, West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • vergroting waterberging
  • verbetering natuur langs beken
  • verbetering milieucondities grote eenheden natuur
  • vermindering milieubelasting door landbouw
Mogelijke maatregelen
  • langer vasthouden van water (beekherstel en grootschalige aanpak van perceelsloten)
  • extensiveren van grondgebruik en vernatten in beïnvloedingsgebieden van natuur- en waterwingebieden
  • verplaatsen grondwaterwinning naar benedenstroomse locaties
  • herstel koppeling bovenloop en benedenloop van beken

upZeekleigebied

Het zuidelijk zeekleigebied verschilt van dat in het noorden. Dat komt door verschillende manieren van ontginning. In het zuiden vond landaanwas plaats in ronde, afzonderlijke polders. In het noorden is land parallel aan de kust ontgonnen.

Kernkwaliteiten zuidelijk zeekleigebied
Dit weidse gebied omvat de delta waardoor Rijn, Maas en Schelde in zee uitmonden. De bijzondere deltanatuur contrasteert mooi met de strak verkavelde polders.

  • natuurlijke structuurdragers
  • eilanden en zeearmen
  • kreekruggen
  • restanten van kronkelige kreken en oude zeearmen
  • samenhang tussen (afgesloten) zeearmen
  • veenkernen
  • zoet-zoutovergangen en brakke getijdengebied
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • dijkenpatroon
  • patroon van groeiringen
  • kronkelende dijken
  • inlagen
  • verkavelingpatroon
  • oude havenplaatsen en dijkdorpen
  • grondgebruik
  • erf- en wegbeplanting
  • windsingels, heggen
  • boomgaarden
  • (zoute) graslanden
  • gebouwen, bouwwerken
  • boerderijen, vliedbergen
Kernkwaliteiten noordelijke zeekleigebied
Dit gave zeekleigebied bevat de grootste open ruimten van Nederland. Terpen en dorpen liggen in een 'zee' van ruimte. Het nieuwe land met zijn rechte wegen en regelmatig verkavelingpatroon contrasteert mooi met oude land. Er is een uitgebreid stelsel van kreken en watergangen met een vrije afwatering naar zee ('zijlen').

Het beleid is gericht op behoud en versterking van:

  • natuurlijke structuurdragers
  • stelsel van kreken en watergangen
  • kreekruggen
  • cultuurhistorische structuurdragers
  • op- en aanwassen
  • terpen en wierden
  • grote open ruimten
  • historische dijken
  • verkavelingpatroon
  • erf- en wegbeplanting met allure
  • grondgebruik
  • grasland en bouwland in grote complexen
  • gebouwen
  • boerderijen, kerktorens

Meer informatie

Waterprincipes
Het zeekleigebied komt voor in de deelstroomgebieden Zeeland, Zuid-Hollandse eilanden, Zuid-Holland, Noord-Holland, IJsselmeerpolders, Friesland, West-Groningen / Drenthe en Oost-Groningen / Drenthe.

Doelstellingen en randvoorwaarden

  • optimalisering van landbouwmogelijkheden binnen randvoorwaarden waterbeleid
  • afstemming landbouw op waterbeheer
  • vergroting waterberging
  • vermindering milieubelasting door de landbouw
Mogelijke maatregelen
  • omzetten akkerbouw naar grasland in verziltinggevoelige gebieden
  • verruimen van de boezemstelsel
  • natuurlijke zuivering en zoet-zoutovergangen